Voor de pers

 

PERSBERICHT 30-10-2013

Toevallige flard bladmuziek leidt naar vergeten opera in de archieven van Tresoar

Toevallige flard bladmuziek leidt naar vergeten opera in de archieven van Tresoar
in 2014 Operaproject Keapmanskeunsten
In de archieven van Tresoar in Leeuwarden is bij toeval een bijzonder complete opera van de Friese componist Martinus Schuil ontdekt. Binnen een speciaal project brengen Tresoar en Opera Company Noord in augustus/september 2014 deze komische opera onder de naam Keapmanskeunsten opnieuw (vijf keer)tot uitvoering in het openluchttheater De Pleats in Burgum. Met de inzet van vele professionals uit de wereld van muziek , theater en toneel willen de organisatoren van Keapmanskeunsten tot een bijzonder muziekevenement voor een breed publiek maken.

Operaproject Keapmanskeunsten
De goede kwaliteit van de muziek deed Tresoar en Opera Company Noord besluiten om dit operaproject op te zetten. Voor Tresoar past dit in het streven om vergeten Friese muziek opnieuw onder de aandacht te brengen en voor Opera Company Noord is het een uitgelezen kans om een breder publiek te creëren voor Friese opera en operette. Plaats van opvoering zal het openlucht theater in Burgum zijn. Hiervoor wordt samengewerkt met de stichting Cultureel Centrum De Pleats in Burgum.
Keapmanskeunsten zal in 2014 worden opgevoerd op 29 en 30 augustus en 2, 4 en 5 september.
Om de komische opera geschikt te maken voor een modern publiek is wel een lichte make-over van de komische opera nodig. Dirigent en componist Tjalling Wijnstra restaureerde de partituur en leidt de uitvoering met solisten en acteurs van naam en met professioneel orkest . Toneelschrijver en dramaturg Bouke Oldenhof bewerkte het stuk voor een eigentijds publiek. De regie is in handen van Henk Zwart.

Toevallige ontdekking zet Friese ‘Offenbach’ opnieuw in de schijnwerpers
Toen onlangs een stuk bladmuziek uit een aangeleverde collectie documenten moest worden gearchiveerd, stootte de archivaris van Tresoar op een bijzonder complete partituur van de in Harlingen geboren Friese componist Martinus Schuil (1842-1899). Martinus Schuil was in zijn tijd een verdienstelijk componist die nationaal en ook internationaal bekendheid genoot in de wereld van operette en opera. De gevonden bladmuziek is van de komische opera Franchemont, de marskramer en de Friese variant daarvan:Keapman Oark. Schuils komische opera is in de jaren vijftig van de vorige eeuw vele malen in Nederland uitgevoerd. Componist Schuil liet zich onmiskenbaar beïnvloeden door de muziek van Offenbach. Het operaproject Keapmanskeunsten zet de Friese ‘Offenbach’, Martinus Schuil opnieuw in de schijnwerpers.



Keapmanskeunsten, een komische opera uit de 19e eeuw in een nieuwe editie.
In de archieven van Tresoar is bij toeval een bijzonder complete opera van de Friese componist Martinus Schuil ontdekt. In een speciaal project brengen Tresoar en Opera Company Noord in samenwerking met de Stichting Cultureel Centrum De Pleats in Burgum in augustus/september 2014 deze komische opera onder de naam Keapmanskeunsten
opnieuw (vijf keer) op de planken in het openluchttheater De Pleats in Burgum. Met de inzet van vele professionals uit de wereld van muziek, theater en toneel willen de organisatoren Keapmanskeunsten tot een bijzonder evenement voor een breed publiek maken.
Stichting Opera Company Noord wil met Keapmanskeunsten een eerste stap zetten in het creeëren van een breder publiek voor Friese opera en operette. Tresoar wil vergeten Friese muziek uit de eigen collectie opnieuw laten klinken. Voor Tresoar is Keapmanskeunsten het tweede evenement in de serie ‘Yn de argiven sjongt de tiid’.


Martinus Schuil (1842 – 1899)
De Friese musicus en componist Martinus Schuil werd in 1842 te Harlingen geboren. Na de dood van zijn vader verhuisde het gezin naar Leeuwarden. Martinus had een bovengemiddeld muzikaal talent. Hij kreeg de gelegenheid viool en compositie in Brussel te studeren. Na zijn studie keerde hij terug naar Leeuwarden en werd enige tijd later organist van de Doopsgezinde gemeente te Harlingen waar hij ook werkzaam was als dirigent van het stedelijk muziekcorps en als muziekleraar.
Bij de Harlinger uitgever A. Land gaf hij een groot aantal van zijn composities uit. Met name zijn operettes vielen nationaal en internationaal op, wat mag blijken uit de vertalingen in Engels Duits en Frans. Zijn meest succesvolle werken waren de kinderoperette ‘De Woudkoningin” en zijn operette “Franchemont de Marskramer”. Schuil overleed in 1899 te Drachten.

Franchemont de Marskramer
Deze komische opera werd tot ca. 1955 regelmatig uitgevoerd. Zowel de muziek als het libretto waren geschreven door de componist zelf. Tien jaar na diens dood schreef Wobke Jan Aninga onder het pseudoniem ‘W. fen ‘e H’ een Friese hertaling. Deze versie met de titel ‘Keapman Oark’ is niet vaak uitgevoerd. Voor zover bekend hebben 2 Fryske selskippen uit Utrecht en Den Haag het werk uitgevoerd. Ook is een semi scènische uitvoering in de jaren ’50 in Beetsterzwaag bekend.
De muziek van Schuil is vanzelfsprekend beïnvloed door 19e eeuwse tijdgenoten. Schuil is onmiskenbaar geïnspireerd door Jacques Offenbach, maar ook is er invloed van Engelse componisten als Arthur Sullivan. Het is uitzonderlijk dat een dergelijk werk in Friesland is geschreven, er was geen operatraditie en die is er ook eigenlijk ook nooit gekomen.
Er wordt in de beschrijving van het stuk wel gerept over een grote orkestbezetting maar het is niet duidelijk of Schuil ooit een partituur voor groot orkest heeft gemaakt. Meer voor de hand liggend is de kleine orkestbezetting van fluit, piano en strijkers. Van deze bezetting is ook daadwerkelijk de bladmuziek overgeleverd: zangpartijen, orkestpartijen en klavieruittreksels.

Het verhaal
De opera speelt zich af rond 1850 maar verwijst naar de voorbije Napoleontische tijd. Dus ook toen Schuil ‘Franchemont de Marskramer’ schreef, was het zijn opzet een kostuumstuk te schrijven dat speelde in vroeger tijden. Ook de naam van de koopman verwijst naar de Franse tijd.
Plaats van handeling is een klein dorp waar het nieuws dat de marskramer zal verschijnen, met enthousiasme wordt ontvangen. Er valt niet veel te beleven dus is een koopman met nieuwe waar en verhalen zeer welkom.
De marskramer heeft een dubbele missie: naast het verkopen van zijn goederen, is hij op zoek naar een geschikte vrouw voor zijn zoon. Hij denkt dat de twee zussen Constance en Marie goede kandidates zouden kunnen zijn maar hij wil gaan uitzoeken wie de meest geschikte is.
Constance en Marie bestieren samen met hun broer Jean een boerderijtje en nu wordt dat bedrijf bedreigd omdat Jean moeten loten voor het leger. Als hij wordt ingeloot, zal hij vertrekken en moeten de zussen de boerderij runnen. Ze bedenken dat ze met de verkoop van een paar kostbare crucifixen die ze van hun overleden moeder hebben geërfd, mogelijk hun broer kunnen vrijkopen van zijn dienstplicht.
De marskramer komt Constance tegen en probeert haar zijn waar te verkopen, ze kan de verleiding niet weerstaan en verruilt haar kostbare crucifix voor een paar waardeloze sierraden. Voor de marskramer is duidelijk dat deze lichtzinnige Constance niet de geschikte kandidate is.
Dan komt Marie die haar crucifix aan de markramer wil verkopen voor zo veel mogelijk geld. Ze vertelt hem waarvoor ze het geld nodig heeft, maar de marskramer zegt haar dat hij voor dat een dergelijk bedrag tenminste twee van deze crucifixen wil zien. Marie gaat nu meteen op zoek naar Constance, vertelt haar over de verkoop maar Constance schaamt zich diep en durft niet te zeggen wat ze gedaan heeft. Ze zegt daarom dat ze haar crucifix nergens kan vinden. Dan komt Jean thuis met de mededeling dat hij is ingeloot voor het leger.
De marskramer stelt Marie voor met zijn zoon te trouwen maar zij weigert, ten eerste omdat ze zich niet wil laten koppelen aan een vreemde, maar ook omdat ze een jongeman ontmoet heeft aan wie ze haar hart heeft verpand. Na allerlei verwikkelingen komt uit wat we al zagen aankomen: Antoine, de jongeman die het hart van Sytske heeft gestolen blijkt de zoon van de marskramer te zijn. Constance geeft haar ‘zonde’ toe en het wordt haar vergeven.
En, zoals de finale van een operette dient te zijn, worden er gelukkige verbintenissen gesloten en kan Jean met een gerust hart naar het leger gaan nu zijn zuster een levenspartner heeft gevonden.


Keapmanskeunsten, een nieuwe uitvoering in 2014.
De door Martinus Schuil gecomponeerde opera is van een muzikaal bijzonder goed niveau. De muzikale kwaliteit rechtvaardigt een uitvoering in de 21e eeuw. Echter, om anno 2014 een breed publiek aan te kunnen spreken is enige bewerking noodzakelijk. Het verhaal en de taal worden bewerkt tot een versie die vlot en modern is. Ook de dramaturgie en de kostuums worden ‘opgefrist’, zonder echter de historiciteit en authenticiteit van het stuk al te zeer aan te tasten.
Keapmanskeunsten is een waardevolle aanvulling op het culturele aanbod in Fryslân en versterkt en verrijkt de unieke Friese cultuur van ‘iepenloftspullen’ en locatietheater.
De artistieke leiding is in handen van Tjalling Wijnstra, dirigent en componist. Wijnstra studeerde aan de conservatoria van Groningen, Kopenhagen en Amsterdam. Zijn belangstelling gaat uit naar het ontdekken, bewerken en uitvoeren van historisch muzikaal oeuvre. In 2006 deed hij dat met werk van Johannes van Bree en in 2012 met de Van Eysinga liederen.
De dramaturgie wordt verzorgd door de bekende Friese toneelschrijver Bouke Oldenhof. Hij was de drijvende kracht achter grote producties als Abe, Rolbrêge en Kening Lear.
De regie is in handen van Henk Zwart, bekend van de theatergroep Suver Nuver.
8 solisten spelen de rollen van Marskramer en zijn medespelers.
De muzikale begeleiding wordt verzorgd door een koor en een orkest in kleine bezetting van 16 musici.
Keapmanskeunsten zal in 2014 worden opgevoerd op 29 en 30 augustus en 2, 4 en 5 september in het openluchttheater van Burgum.




Bijlagen:

 


Terug naar de pagina voor de pers

30-10-2014